Pagina's

Posts tonen met het label D. Christendom. Alle posts tonen
Posts tonen met het label D. Christendom. Alle posts tonen

4.7.11

Christendom - les 1

Les 1
God en belangrijke personen: God is EEN en veelzijdig…

Voor de leerkracht:


In het Christendom is God de enige God. Dit zegt God van Zichzelf in de Bijbel (vgl. Deuteronomium, hoofdstukken 4, 6 en 32 o.a.).
Het Christendom is dus monotheïstisch – er is één God.

Jezus Christus is een belangrijke persoon in de Bijbel: de vleesgeworden Zoon van God die de mensheid in verbinden wil brengen met de Vader, en hierbij de Heilige Geest belooft (vgl. de Evangeliën en Handelingen). Hier is een link te leggen naar de zogenaamde Drie-eenheid.

Let wel, deze benaming komt in de Bijbel niet voor! Wel komen voor: ‘In de Naam van De Vader, de Zoon en de Heilige Geest’ (Mattheüs 28:19). ‘Naam’ betekent in de Bijbel meestal de persoon die daarin geopenbaard is, dus zou kunnen worden gezegd ‘In de Persoon van….’.

Er zijn enkel aanwijzingen voor de eenheid, zoals in 1 Johannes 5:7: ‘Er zijn dus drie getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de heilige Geest; en deze drie zijn één.’
Het ‘Woord’ komt in het Evangelie volgens Johannes 1: 1-5 ook voor: ‘1 In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Het was in het begin bij God. 3 Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. 4 In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. 5 Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.’
Hiermee wordt naar Christus verwezen.
Zo zou men kunnen zeggen dat door Jezus’ eenheid met de Vader en de Geest een Drie-enige God is.

Dit is te lastig om zo aan de kinderen uit te leggen, het is niet wenselijk verwarring te zaaien.
In de les voor de kinderen is daarom gekozen voor een andere benadering, waarbij God = EEN centraal staat en de koppeling naar de persoon Jezus Christus en de persoon van de Heilige Geest naar voren komt, zonder verwarring te brengen.
Het verhaal hierbij wordt vanuit het oogpunt van een kind verteld.

Voor de kinderen:

Verhaal en bespreken hiervan (15 minuten)

Verhaal (brief)

Hoi, ik ben Petra. Mijn naam is afgeleid van ‘Petrus’ – dit betekent ‘onwankelbare rots of betrouwbare’. Ze zeggen weleens dat je als een rots in de branding kunt staan. Daarmee willen mensen zeggen dat je vast staat en niets kan jou omver krijgen. Je staat namelijk heel vast.
Nou, mijn naam zegt wel iets over mij! Ik word niet zo snel omver geblazen, en ik sta heel vast. Dat komt omdat ik vertrouw op Iemand die zelf ook is als een onwankelbare rots en betrouwbaar is: God.

Wie is dan mijn God? Het is de God van de Bijbel, van de Christenen. God zegt van Zichzelf dat Hij de enige God is. Hij is te vertrouwen en ik kan alles bij Hem kwijt. Daar zal ik later nog iets meer over vertellen in een volgende brief.

Bij God in de Bijbel moet ik ook altijd meteen denken aan Jezus Christus. ‘Christus’, daar komt weer het woord ‘Christenen’ een ‘christelijk’ vandaan. Ja, ik heb wel wat met uitpluizen wat woorden betekenen!
Christus is niet de achternaam van Jezus, dat denken mensen weleens. Nee, Christus is zoiets als ‘Redder’. Hij redt ons en wil ons dichtbij God, de Vader brengen.

Je hebt dus God, de Vader, en Jezus, de Zoon.
Dan heb je ook nog de Heilige Geest, Iemand die jou eigenlijk helpt om beter te leven. Want God vraagt het van ons, Jezus deed het voor, en de Heilige Geest is Iemand die jou daar weer dagelijks mee kan helpen.

In mijn volgende brief zal ik iets meer vertellen over wat het nou betekent voor mij om hierin te geloven. Groetjes, Petra" (de rots!)

Om over te praten

Wat vertelt Petra ons veel over betekenis van haar naam en andere namen!

Wat betekent haar naam, rots? Wat zegt dit over haar?
Ze vertelt ook iets over God, wat vertelt ze?

Bij God moet Petra ook aan andere belangrijk personen in de Bijbel denken, wie zijn dat?

Weet jij wie Jezus is in de Bijbel? Wat voor naam is Christus?
Over de persoon Jezus kan langer worden doorgepraat, aangezien Jezus Christus de persoon is door wie het Christendom ‘Christendom’ heet!

En wat doet de Heilige Geest?


Verwerking + Doen! (20 minuten)

Laat de kinderen opschrijven waar ze aan denken bij het woord ‘God’.
Bespreek dit en zeg hierbij dat alles goed kan zijn, omdat het voor jou persoonlijk zo is.

Bespreek dit met elkaar: voor de een zal God ‘Vader’ of ‘liefde’ zijn, voor een ander ‘streng’.
Leg hierbij uit dat God zo veel eigenschappen heeft, dat dit allebei waar kan zijn.

De leerkracht legt uit dat God zichzelf de Enige noemt. Petra noemde toch ook Jezus Christus en de Heilige Geest? Je zou het ook kunnen zien als met water.
Met water kun je drie dingen: vloeibaar water is om in te zwemmen, als water kookt dan verdampt het (je hebt dan stoom of damp), als water bevriest heb je ijs om op te schaatsen of om ijsblokjes in je limonade te doen in de zomer!

Doen!
Deze drie verschijningsvormen laten zien aan de klas.

Materialen:
• Een fles of doorzichtige kan gevuld met water;
• IJsblokjes
• Een fluitketel of waterkoker



Wie weet er nog meer vormen van water? (regen, sneeuw, dauw op gras)
Zo zie je dat iets nog steeds water blijft, maar dan in andere vorm. Want: als damp afkoelt, wat gebeurt er dan met damp? (het wordt weer water, het druppelt)
En als ijs smelt? (dat wordt ook weer water!).

Zo is het ook een beetje met God: hij is de enige, maar Jezus Christus en de Heilige Geest horen er ook bij en zijn onderdelen:
Ze zeggen als je gedoopt wordt bij de Christenen (dit is om te zeggen dat je bij God hoort) dat ze je willen dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Net als ijs, drinkwater en damp allemaal bij water horen, horen de Vader, Zoon (Jezus Christus) en Heilige Geest ook bij elkaar. Ze hebben allemaal hun eigen rol maar horen bij elkaar: je kan zeggen dat God daarom ‘EEN’ is.

Dat probeerde Petra uit te leggen. Je mag hierbij onthouden dat ze allemaal belangrijk zijn! Bij God denk je dus aan God als Vader die je kunt vertrouwen, aan Jezus Christus als Zoon die jou redt en aan de Heilige Geest die jou helpt en troost.

Christendom - les 2

Les 2
Richtlijnen in het Christendom.

Voor de leerkracht:

Naar aanleiding van les 1 is besproken dat God de Enige God is en dat Jezus Christus en de Heilige Geest hier bij horen aan de hand van water en de eigenschappen hiervan.
De leerlingen hebben ‘Petra’ leren kennen. Zij komt ook in les 2 weer naar voren.

Deze les gaat over de richtlijnen in het Christendom, de dagelijkse praktijk voor Petra.
Hier hoort bij: bidden, Bijbelverhalen en ze vertelt kort iets over de kerk.

Les 3 zal gaan over naastenliefde, hier wordt in les 2 al een aanzet voor gegeven.

Voor de kinderen:

Brief van Petra lezen (10 minuten)

Hoi, hier ben ik weer, Petra. In mijn vorige brief legde ik iets uit over God. Ik zei dat Jezus Christus hier iets mee te maken heeft. Hij heeft op aarde geleefd om ons te laten zien hoe je goed kunt leven.

Dit vind ik erg bijzonder. Daar kun je over lezen in de Bijbel.

Nu wil ik iets vertellen over wat het betekent om christen te zijn, voor mij.
Deze brief wordt wel wat langer hoor!

Ik zei al dat ik alles kwijt kan bij God. Weet je hoe ik dat doe? Dat doe ik door te bidden.

Bidden is voor mij zoiets als ‘praten met God’. Het houdt in dat ik elke dag even met Hem praat: bij het eten bid en dank ik voor het eten omdat ik geloof dat God voor mij zorgt, daar wil ik Hem dan voor bedanken.
Bidden doe ik ook als ik ga slapen, dan bid ik niet alleen voor mijzelf om rustig te worden en mijn dag met God door te nemen, maar ik bid ook weleens voor anderen, die het moeilijk hebben. Het is eigenlijk bidden en danken: bidden is vaak vragen om dingen, en danken is God bedanken voor hoe Hij voor ons zorgt.

Ik bid niet voor een nieuwe fiets of zo, maar voor waar ik mee bezig ben. Niet echt voor dingen die je aan kunt raken dus, maar meer voor dingen die je niet aan kunt raken of kopen!
Ik bid weleens voor mijn oma die al zo oud is, of voor de buurvrouw die zwanger is dat alles maar goed mag gaan. Dat doe ik omdat ik God vertrouw.

Bidden doe ik door mijn ogen te sluiten en dan aan God te denken. Soms bid ik hardop, of zing ik een liedje erbij over God. Soms bid ik stilletjes. Het kan op verschillende manieren en op verschillende plekken. Het kan ook met anderen samen.

En zondag ga ik naar de kerk. Dat ken je misschien wel. Daar komen Christenen bij elkaar om voor God te zingen en over Hem te leren. Zo leer ik God steeds beter kennen. Ook kun je veel over Hem lezen in de Bijbel: daar staan alle verhalen in over God, Jezus en de Heilige Geest.

Nu heb ik iets verteld over bidden, de kerk en lezen over God, over hoe ik dat doe.
Maar dat is nog niet alles.

God heeft in de Bijbel ook verteld over hoe wij met elkaar om moeten gaan en wat het beste voor ons is (omdat Hij voor ons het allerbeste leven wil).

Ik kan niet alles vertellen: daar is de Bijbel een veel te dik boek voor!
Maar ik kan wel voorbeelden noemen: ik doe mijn best om aardig te zijn tegen mijn ouders en niet teveel ruzie te zoeken, omdat ik weet dat ik God en mijn ouders daar blij mee maak.
Ook scheld ik niemand uit en pest ik niemand, want daar wordt niemand beter van, ik ook niet! Daar doe je alleen maar anderen pijn mee.

En als ik iets niet helemaal goed kan, als het niet lukt? Dan ga ik weer naar God, dan bid ik weer omdat ik weet dat Hij me wil helpen het weer goed te maken.

Dat was een lange brief maar nu weet je wat het voor mij betekent om christen te zijn.

Groetjes, Petra



Verwerking (15 minuten)


Materiaal:
• Een Bijbel
• Het (digi)bord.

Allereerst bekijken we een filmpje over de Bijbel:
Klik hier voor het filmpje

De leerkracht laat een echte Bijbel zien en vertelt dat deze is allerlei kleuren en maten zijn. In het filmpje wordt iets gezegd over het Oude en het Nieuwe Testament.
De leerkracht legt uit dat in het Oude Testament Jezus er nog niet was. De boeken die bij het Oude Testament horen, kennen de Joden ook. Hier hoor je meer over in de lessen over het Jodendom.
In het Nieuwe Testament kunnen we lezen over Jezus Christus. Hij gaf ons extra tips over hoe je kunt leven. Mensen die Hem wilden volgen en nu nog steeds zo leven, het daarom ‘Christenen’.

Petra in haar brief vertelt een heleboel over wat het voor haar betekent om christelijk te leven. Welke dingen noemt zij en wat betekent dit?

Om het schoolbord schrijft de leerkracht op:
Bidden - Bijbel - Kerk - Omgaan met anderen

Bij deze woorden bedenken de kinderen woorden die erbij horen (vanuit de brief van Petra, maar ook wat zij zelf bedenken).
Zo komt er een overzicht op het bord van wat het Christendom nu eigenlijk inhoudt.

Terugblik en vooruitblik (5 minuten)
Er wordt teruggeblikt naar de inleidende les bij deze lessenserie:
In het verhaal van de Barmhartige Samaritaan ging het over iets doen voor een ander, een ander liefhebben.

Er wordt vooruitgeblikt naar de volgende les: Petra had het over hoe je omgaat met anderen. Ze zegt dat hierover dingen in de Bijbel staan.

In de Bijbel zegt Jezus (Johannes 13: 34-35) ‘Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn’.

Naastenliefde noem je dit. Als je christen bent, houd je dus niet alleen van andere Christenen, of als je Nederlander bent, houd je niet alleen van Nederlanders. Je bent lief voor alle mensen, en niemand is beter dan een ander!

Daar hebben we het in de volgende les verder over.

Christendom - les 3

Les 3
Naastenliefde: Voetwassing (Johannes 13: 1-20).

Voor de leerkracht:


Het is van belang dat de leerkracht bij het onderdeel ‘Doen!’ (de verwerking bij deze les) uitlegt waarom we dit doen. Hier worden suggesties voor gedaan. Er hoort ook een lied bij, ‘Je mag er zijn’.

Achtergrondinformatie:


Het Bijbelverhaal bij deze les is het verhaal van de voetwassing in Johannes 13:

Jezus wast de voeten van de leerlingen

Johannes 13: 1-20 (Bijbelvertaling: NBV 2004)

1 Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. 2 Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden. 3 Jezus, die wist dat de Vader hem alle macht had gegeven, dat hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, 4 stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om 5 en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had. 6 Toen hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’ 7 Jezus antwoordde: ‘Wat ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.’ 8 ‘O nee,’ zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’ Maar toen Jezus zei: ‘Als ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen,’ 9 antwoordde hij: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!’ 10 Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein – maar niet allemaal.’ 11 Hij wist namelijk wie hem zou verraden, daarom zei hij dat ze niet allemaal rein waren.
12 Toen hij hun voeten gewassen had, deed hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats. ‘Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?’ vroeg hij. 13 ‘Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen mij, en terecht, want dat ben ik ook. 14 Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. 15 Ik heb een voorbeeld gegeven; wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. 16 Waarachtig, ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. 17 Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt. 18 Ik doel niet op jullie allemaal: ik weet wie ik heb uitgekozen. Wat in de Schrift staat zal in vervulling gaan: “Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.” 19 Ik zeg het jullie nu al, voor het gaat gebeuren; wanneer het dan gebeurt, zullen jullie geloven dat ik het ben. 20 Ik verzeker jullie: wie iemand ontvangt die door mij gezonden is ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft.’

Belangrijke punten uit dit verhaal om bij stil te staan:

Dienende liefde is ook naastenliefde!

- Het wassen van andermans voeten was in Jezus’ tijd het allerlaagste werk dat mogelijk was. Eigenlijk was het werk voor slaven en vreemdelingen. Voeten zijn immers vies van alles wat ze hebben aangeraakt. Nadat Jezus’ eigen voeten met mirre zijn gezalfd en met haren gedroogd, wast hij nu andermans voeten met water.
- Simon Petrus’ protest is begrijpelijk. Dit hoort een meester toch niet te doen bij zijn leerlingen. Eerder andersom. Toch moet Petrus het zich laten welgevallen. Voeten zijn de werktuigen, waarmee mensen de weg van de bevrijding en van de Tora gaan. Het gaat hier alleen om die voeten en niet om het hele lichaam.
- Jezus legt uit, dat hij aanschouwelijk onderwijs heeft gegeven: het gaat om (het ontbreken van) hiërarchie in de gemeente van volgelingen. Niet om te heersen, maar om te dienen is de opdracht. Dat is de weg voor zijn volgelingen.
(Kind op maandag, inhoud nummer 5: toelichting week 14, 2011).

“In het Oosten waar het veel warmer is dan hier, droeg men geen kousen of schoenen, maar alleen sandalen. Het was er doorgaans stoffig, de voeten werden gauw vuil. Bij de aanzienlijken was er een slaaf, die direct de riemen van de sandalen los maakte (Mark. 1:7; Luk. 3:16; Joh. 1:27; Hand. 13:25) en de voeten waste (Zie ook Gen. 19:2; 24:32; 43:24; Richt. 19:21).
In Lukas 7:44 maakt de Heer Jezus Simon de Farizeeër er op attent dat hij dit ten aanzien van Hem heeft nagelaten. Simon was tekort geschoten in één van de eerste plichten van gastvrijheid en beleefdheid.
Bij de Paasmaaltijd in Johannes 13:1-12, waar de discipelen twistten, wie de meeste onder hen was, doet de Heer Jezus zelf dit nederige werk, de gestalte van een slaaf aannemend (Fil. 2:7).
Wij moeten dus hierin dus zien een Oosterse gewoonte, en daar een uiting van gastvrijheid en beleefdheid, een verkwikking voor de gasten. In deze streken zullen wij onze gasten onze gastvrijheid op andere wijze tonen. Maar de lering en toepassing is, dat wij (want geldt dit niet voor elke gelovige? Heb. 13:2; Rom. 12:13) er om bekend moeten staan, dat gasten en in het bijzonder de gelovigen (heiligen) vriendelijk en met zorg "gastvrij" worden ontvangen.”

(R.M.O. (1946). Voetwassing. Uit het Woord der Waarheid jrg. 1, blz. 155.)


Voor de kinderen:


Verhaal en hierover praten (20 minuten)

Verhaal voor de kinderen:


KLIK OP DE FOTO VOOR LEESBAAR FORMAAT


KLIK OP DE FOTO VOOR LEESBAAR FORMAAT


(Bron: Kind op Maandag, 2011 – week 14: dinsdagverhaal voor groep 5-8).

Om over te praten met de kinderen:


Jezus liet zijn voeten wassen door Maria in Betanië. Waarom reageerden de discipelen van Jezus zo heftig hierop?
Waarom was voeten wassen in die tijd slavenwerk?

Wat leert Jezus zijn discipelen hier?

Heb jij je wel eens belangrijker dan een ander gevoeld? Of minder belangrijk dan een ander?

In welke godsdienst wassen gelovigen hun voeten voordat ze gaan bidden? (Islam).


Doen! (15 minuten)

In groepjes elkaars voeten wassen.

Benodigdheden:
- (Afwas)teiltjes;
- Zeep/douchegels;
- Droge doeken en lappen om de voeten droog te wrijven.

De leerkracht vertelt:
Nu gaan we elkaar van dienst zijn door elkaars voeten te wassen. We laten elkaar zien dat we elkaar belangrijk vinden en ons niet te goed voor een ander voelen. Ook voelen we ons niet minder dan een ander, want iedereen doet mee!

Extra:

Lied: Je mag er zijn! (kinderopwekking nr. 180)

Een lied waarbij iedereen erbij hoort.
Leuk om te laten horen tijdens het voeten wassen in groepjes (via het digibord met beeld erbij):

Tip:
De tekst kan worden uitgedeeld om later nog eens te zingen met elkaar, waarbij de klas in tweeën wordt gesplitst bij de gedeelten ‘Wie ik?’ en ‘Ja jij!’.




Je mag er zijn (Opwekking voor kinderen nr. 180)

Refrein:
Je mag er zijn Wie ik? Ja jij!

Je hoort er helemaal bij Wie ik? Ja jij!

Had je zeker niet gedacht? Wie ik? Ja jij!

Je hoort er helemaal bij! Wie ik? Ja jij!

Couplet 1:
Ook al ben je wat verlegen, ook al lijk je ’n beetje stug
Ook al heb je vieze handen of je navel op je rug!

Refrein

Couplet 2:
Ook al flap je met je oren of ben je enig kind
Of in een kippenhok geboren, of heb je altijd tegenwind?

Refrein

Couplet 3:
Ook al kan je niets onthouden, is je geheugen net een zeef,
Ook al heb je rooie haren, en staan al je tanden scheef!

Couplet 4:
Ook al heb je slechte ogen en een hele dikke bril
Ook al heb je een hond die maar niet luisteren wil!

Refrein